Zo gaat je kleding langer mee
Een goed kledingstuk verdient een goede behandeling. Niet omdat het ingewikkeld is, maar omdat een paar simpele gewoontes het verschil maken tussen een trui die na één winter pluist en een trui die jaren meegaat. Dit zijn de gewoontes die wij zelf aanhouden.

Wassen: minder vaak, en koeler
De meeste kleding hoeft lang niet na elke draagbeurt in de machine. Een blouse of trui die je een dag hebt gedragen, kan vaak gewoon luchten. Was je wel, kies dan 30 graden en een kort programma. Keer donkere en bedrukte stukken binnenstebuiten, dan blijven de kleuren langer diep. Kijk altijd even op het waslabel in het kledingstuk, daar staat wat het verdraagt.
Drogen zonder droger
Hitte is de grootste vijand van stof. Hang overhemden en jurken op een hanger om te drogen en leg gebreide truien plat op een handdoek, zodat ze niet uitrekken. Jassen en gewatteerde stukken droog je ook het liefst aan de lucht, uit de volle zon.
Opbergen met een beetje ruimte
Zware jassen horen op een brede hanger, zodat de schouders in vorm blijven. Truien vouw je liever op dan dat je ze hangt. Geef kleding wat lucht in de kast; dicht op elkaar gepropt kreukt alles en luchten lukt niet. Een paar cederblokjes of een lavendelzakje houden motten weg zonder chemische geur.
Kleine reparaties meteen doen
Een losse knoop of een zoom die loslaat kost vijf minuten als je het direct doet, en een kledingstuk als je het laat liggen. Een naaidoosje met zwart, wit en donkerblauw garen lost negen van de tien gevallen op. Pluisjes op een trui haal je weg met een ontpluizer of een scheermesje, voorzichtig en in één richting.
Schoenen afwisselen
Draag dezelfde schoenen niet twee dagen achter elkaar. Een dag rust laat het binnenwerk drogen en de vorm herstellen. Zet ze op een schoenspanner of prop er krantenpapier in, en zet suède en leerlook nooit bij de verwarming.
Twijfel je over een specifiek artikel? Bij elk product staat in de beschrijving hoe je het het beste wast. En vragen kun je altijd stellen via onze contactpagina.